Home - Zoeken - Colofon - Contact
____________________________________________________________________________
Water -> Grondwater -> Factsheets
   
Ik heb vocht- of wateroverlast in de kruipruimte. Hoe komt dat en wat kan ik er aan doen?  


Een kruipruimte is geen verblijfruimte en hoeft volgens het Bouwbesluit derhalve niet waterdicht te zijn.

Definitie wateroverlast:
Of er sprake is van wateroverlast hangt af van het gebruik van een gebouw of terrein in combinatie met de hoeveelheid water en de tijdsduur van de aanwezigheid ervan:
• Hemelwateroverlast is de situatie waarbij er sprake is van aantasting van een of meer gebruiksfuncties van een onroerend goed door structureel (te) veel hemelwater.
• Grondwateroverlast is de situatie waarbij er sprake is van aantasting van een of meer gebruiksfuncties van een onroerend goed door structureel te geringe ontwateringsdiepte (d.i. de afstand tussen het maaiveld en de grondwaterstand)


Schadebeeld
Het schadebeeld dat kan optreden als gevolg van een hoge luchtvochtigheid in de kruipruimte en in de woning is zeer divers:
• Zwellen van houten vloeren en bij dichte afwerking rotten van houten vloeren;
• Aantasting van de afwerking van de begane grondvloer;
• Condensatie op ramen en kozijnen of andere koude oppervlakken;
• Vochtplekken en schimmel op muren en inboedel;
• Muffe of stinkende binnenlucht;
• Gezondheidsproblemen.

Een belangrijke bron voor een te hoge relatieve vochtigheid binnen de woning vormt de onder de woning gelegen kruipruimte, zie figuur. Doordat er in het algemeen een natuurlijke luchtstroom vanuit de kruipruimte naar de rest van de woning optreedt, wordt er vanuit de kruipruimte vocht de woning binnengebracht. Deze luchtstroom wordt veroorzaakt door het verschil in temperatuur over de hoogte van de woning. Hierdoor gaat de woning als een soort schoorsteen werken. Daarnaast kan mechanische afzuiging de luchtstroom vergroten.

Indien de vochtigheid in de kruipruimte regelmatig aan de hoge kant is (boven de 70%), zullen er ook naar alle waarschijnlijkheid schimmels en andere micro-organismen aanwezig zijn. De toegevoerde lucht is daarom muf. Dit is vooral te merken in de ruimten die via leidingdoorvoeren in verbinding staan met de kruipruimte, zoals de meterkast en keukenkastjes.

Verdamping van water vanuit de vochtige kruipruimte

Oorzaken
Bouwtechnische oorzaken
-Wanneer een begane grondvloer dampdicht is, zal er geen overlast optreden als gevolg van een hoge luchtvochtigheid in de kruipruimte. In een nieuwbouwwoning dient de begane grondvloer volgens het bouwbesluit dampdicht te worden gebouwd. Bestaande woningen hoeven echter niet aan deze eis te voldoen en zullen daardoor eerder problemen ondervinden van een hoge luchtvochtigheid in de kruipruimte. Met name woningen met houten vloeren zijn hier gevoelig voor.

-In de kruipruimte dient ventilatie aanwezig te zijn om het aanwezige vocht af te voeren. Indien deze onvoldoende is kan een te hoge luchtvochtigheid optreden in de kruipruimte. Teveel ventilatie is echter ook niet gewenst. Door de toegenomen luchtsnelheid kan extra verdamping optreden en kan een extra luchtstroom ontstaan naar de woonruimte toe.

Grondwatertechnische oorzaken
-De hoeveelheid vocht in de kruipruimtebodem is afhankelijk van de grondwaterstand en van het materiaal waarvan de kruipruimtebodem is gemaakt. Wanneer de grondwaterstand zich op een geringe afstand onder de bodem van een kruipruimte bevindt, kan het vocht via capillaire opstijging de kruipruimtebodem bereiken. De capillaire opstijging is groter naarmate de korrelgrootte van het bodemmateriaal kleiner is. In grof zand is de capillaire zuigkracht minimaal.

-Ten aanzien van de grondwaterstand onder en in de kruipruimte kan nog gezegd worden dat in sommige woningen de kruipruimte dieper is dan gangbaar. De grondwaterstand ten opzichte van de kruipruimtebodem kan dan onvoldoende zijn, terwijl de grondwaterstand ten opzichte van maaiveld voldoende lijkt.

Overige oorzaken
-Vocht in de kruipruimte kan ook worden veroorzaakt door instromend regenwater. Dit kan bijvoorbeeld optreden bij slecht waterdoorlatende lagen in de bodem, onder de geveldiepte maar boven de grondwaterstand. Ter plaatse van deze laagjes wordt de infiltratie van regenwater naar het grondwater belemmerd en kan het in plaats daarvan horizontaal afstromen onder de gevel door naar de kruipruimte.

-Vocht in de kruipruimte kan daarnaast tevens een gevolg zijn van lekkende waterleidingen, hemelwaterafvoeren of rioleringsbuizen.

Figuur:
Schematische weergave van de oorzaken van vochtoverlast in kruipruimtes.

Oplossingsrichtingen
Omdat elke woning zijn eigen specifieke problemen heeft, is er geen standaard oplossing. Daarom geven we oplossingsrichtingen aan. Niet alle maatregelen zijn altijd doelmatig.

• Om vochtige kruipruimtes tegen te gaan kunnen grondwatertechnische maatregelen worden genomen zoals het doorsteken van de lemige kruipruimtebodem tot op de vaste zandlaag en de ontstane gaten op te vullen met grind, waardoor water gemakkelijker in de ondergrond kan infiltreren. Aandachtspunt hierbij is dat de met grind opgevulde gaten voldoende groot moeten zijn.

• Het opvullen van een te diepe kruipruimte met goed doorlatend materiaal (grof zand). Het effect is dat het grondwater minder goed kan optrekken.

• De hoeveelheid verdamping is afhankelijk van de temperatuur in de kruipruimte. Door isolatie van de begane grondvloer en leidingen in de kruipruimte wordt de verdamping vanuit de kruipruimtebodem naar boven verminderd.

• Verder kunnen bouwkundige maatregelen worden genomen zoals het aanbrengen van ventilatieopeningen of -roosters.

• In sommige gevallen is het niet wenselijk of noodzakelijk om bouwkundige maatregelen te treffen. Omdat de vochtoverlast in de kruipruimtes vermoedelijk een gevolg is van toestromend (regen-)water kan ervoor gekozen worden rond de woning maatregelen te nemen. Gedacht moet worden aan een drainagesysteem langs de gevels welke water afvangt. Tevens dient ervoor gezorgd te worden dat het terrein rondom de woning van de woning afhelt.

Onderstaande oplossingen worden in meer of mindere mate als effectief beoordeeld voor het tegengaan of beperken van vochtoverlast in de kruipruimte:

-Wegpompen
Het wegpompen van het water uit de kruipruimte biedt een tijdelijke oplossing. Weliswaar raakt u het water kwijt, maar de oorzaak wordt hierdoor niet opgelost.

-Kunststoffolies
Een PE-folie wordt over de bodem van de kruipruimte gespannen met een hoge opstaande rand langs de bouwmuren. De folie beperkt verdamping van water uit de kruipruimtebodem.

-Schuimbeton
Een cementgebonden materiaal met een laag soortelijk gewicht, dat als vloeispecie aangebracht kan worden. Door het lage gewicht en het aanbrengen in vloeibare vorm wordt een lichte (niet belastende) en geheel gesloten betonlaag gevormd.

-Geëxpandeerde kleikorrels
Uitgebakken kleikorrels welke waterafstotend zijn behandeld. De kleikorrels vormen een zo goed als dampdichte laag op de kruipruimtebodem.

-Schelpen
Schelpen worden veelvuldig in kruipruimten aangebracht met wisselende ervaringen. Schelpen nemen geen water op, en door de structuur vormen ze een dichte laag op de kruipruimtebodem.

-Thermochips
Thermochips wordt gemaakt van geëxpandeerde polystyreen. Belangrijkste kenmerken zijn het lichte gewicht (bestaat voor 99% uit lucht) en de isolerende werking. Thermochips worden op de kruipruimtebodem aangebracht met het doel verdamping van water uit de kruipruimtebodem naar de woonruimte tegen te gaan.

-Extra ventilatie in de kruipruimte
Indien er geen of nauwelijks ventilatieroosters in de kruipruimte aanwezig is, wordt geadviseerd muisvrije ventilatieroosters aan te brengen. Geadviseerd wordt elke 5 meter een rooster te plaatsen. Een goede beluchting zorgt voor een relatief lage temperatuur in de kruipruimte waardoor verdamping geminimaliseerd wordt. Daarnaast voorkomt een
goede beluchting de schimmelvorming in de kruipruimte.

Bron: Wareco Ingenieurs